communiceren. Sommige signalen worden met de handen gegeven. Andere boodschappen worden door de positie van de motor of uitrusting duidelijk gemaakt. Een roer op de grondachterde motor is daar een bekend voorbeeld van.
Het signaal betekent meestal dat de bestuurder niet vrijwillig langs de weg staat. De motorrijder kan technische problemen hebben die niet zelfstandig opgelost kunnen worden. Denk aan een lekke band, een kapotte ketting van problemen met de accu. Ook kan de benzine onverwachts worden opgeraakt.
Soms is de situatie ernstiger. De bestuurder kan zich voordoen of zich