rook naar stof en oud papier, en het schemerige licht deed de muren, die vol hingen met vervaagde schilderijen, er nog levenlozer uitzien. Ik werd naar het kantoor van de notaris geleid, waar een oudere man me gebaarde te gaan zitten.
‘Laten we beginnen,’ zei hij, terwijl hij door een stapel documenten bladerde.
Terwijl hij het testament voorlas, luisterde ik nauwelijks. Mijn gedachten dwaalden af en ik dacht terug aan momenten met mijn vader, hoe hij me altijd alles vertelde, of zo dacht ik tenminste.
Plotseling werd ik doorde stem